Dagboek vader Sevilay, 1963
De vader van Sevilay hield een dagboek bij. Hierin beschreef hij onder andere hoe het was om zijn familie achter te laten en te vertrekken naar Nederland.
Vertaling
Op een dag begon mijn reis naar Nederland, het was mijn lot. Mijn papieren van het arbeidsbureau kwamen binnen. Ik had geen cent op zak. Ik rende hierheen en daarheen, uiteindelijk werd er iemand mijn hoop.
Plotseling, vroeg in de ochtend, werd er op de deur geklopt. Ik keek: mijn opa en oma brachten 1000 lira, mijn peetoom bracht 500 lira, mijn vriend die als een broer voor mij was, had geld geleend en gaf het aan mij. Ik voelde mij opgelucht.
Kom op, meneer Kemal, de reis naar de busstation begon. Ik nam van iedereen afscheid. Mijn oom Haydar stopte 20 lira in mijn hand, dat raakte me diep.
Ik stapte in de bus en we kwamen aan in Ankara. Ik ging naar het huis van mijn oom. Hij probeerde me zoveel mogelijk te helpen. Omwille van zijn vrouw zette hij mij bij het arbeidsbureau op de bus. We vertrokken naar Istanbul.
Om tien uur ’s ochtends kwamen we aan op het vliegveld, om elf uur stapten we in het vliegtuig. We zeiden: vaarwel, moederland.
Om vier uur ’s middags kwamen we aan in Amsterdam. Ze zetten ons in een bus en brachten ons naar een Turks pension. Drie dagen later begonnen we te werken.
Is er in deze wereld iemand met zo’n zwaar lot als ik? Ik heb nooit gelachen. Had mijn moeder mij maar niet op deze wereld gezet, dan had ik dit leed niet hoeven dragen.
Het leven in den vreemde valt mij niet zwaar, maar het onrecht dat mij is aangedaan verteert mij van binnen. Mogen degenen die mij dit hebben aangedaan op een dag hun straf van God krijgen. Ik bid daarvoor dag en nacht.
Als ik sterf, geef dit schrift aan mijn vrouw Nayle Dalli. Laat zij het tot haar dood in haar hart bewaren. Misschien komt er een dag dat ze het aan mijn kinderen voorleest, zodat zij begrijpen welk leed hun vader heeft doorstaan en de waarde van hun vader leren kennen. Mijn gezicht heeft niet gelachen laat dat niet voor niets zijn. Laat hen weten dat ik mijn vaderland verliet om in Nederland te werken.
Na een tijd werken kwamen er brieven van thuis. Op een dag kwamen mijn brieven en die van enkele vrienden geopend aan.We gingen meteen naar Selim van het pension, maar hij zei dat hij er niets van wist.
We hielden het in de gaten met vrienden. Er waren spanningen tussen ons (over geloof en overtuigingen), en iemand bleek wraak te willen nemen.
Op een dag kreeg ik een brief van huis. Ik begon een antwoord te schrijven,maar na een paar regels werd ik slaperig en legde ik de brief naast mijn hoofd om ’s ochtends af te maken. De volgende ochtend kon ik hem niet meer vinden.
Toen kwamen vrienden naar mij toe: “Lees deze brief eens, kijk wat er staat.” Ik las hem, en we begonnen samen te huilen. Ik probeerde hen te troosten.
Na een paar dagen kreeg ik een brief van mijn vader. Ik was zo blij, maar toen ik hem las, begon ik net als zij te huilen. Hoe konden ze zulke dingen schrijven?
We ontdekten uiteindelijk wie de brieven had geschreven en meldden het bij de politie. De politie gaf hem de keuze: of één jaar gevangenisstraf, of terug naar Turkije, plus een boete van 1000 gulden. Hij koos voor de boete.
Ik schreef de waarheid naar mijn familie, maar ze geloofden me niet. Ze dachten dat ik het zelf had geschreven. Ik legde de situatie ook aan mijn zwager uit en kreeg een waardevolle brief van mijn zwager daar ben ik hem dankbaar voor.
Op een dag opende ik plotseling mijn ogen: ik lag in het ziekenhuis. God zij dank herstelde ik en begon weer te werken. Blijkbaar ben ik een dienaar van God met een zwaar lot, want mijn gezicht lacht niet.
Ik zal dit dagboek bewaren tot mijn dood. Na mijn dood moeten mijn kinderen het lezen en begrijpen welk leed hun vader heeft doorgemaakt.
Dit dagboek behoort toe aan mijn vrouw Nayle en mijn kinderen. Het mag aan niemand anders gegeven worden. Alles wat ik heb meegemaakt, zul je in dit schrift terugvinden.